Hoe kan het ook anders dat ik op het einde van 2011 jullie schrijf over jawel, sterven…
Sterft een jaar niet op een welbepaald afgesproken moment, weliswaar verschillend waar je woont van Oost naar West?
Met een aantal artsen en palliatieve zorgverleners hebben we op vraag van patiënten en in overleg met hun naasten, de mogelijkheden en grenzen van de drie wetten die verband kunnen houden met sterven toegepast en afgetast. Nu al bijna 10 jaar. Dit in alle openheid, met (wetenschappelijke) zorgvuldigheid, bereidheid tot registratie en toetsing. De doelstellingen die patiënten met hun naasten nog wilden in de context van hun levensgeschiedenis, van hun kleine of grote wereld, stonden voorop. Toetsing vooraf gebeurde in functie van de complexiteit en dit tot en met de vraag naar advies van ethische comités in woonzorgcentra en ziekenhuizen. De toetsing achteraf bleek moeilijker : e-death met registratie en evaluatie zoals bij e-birth bestaat nog niet, de orde van geneesheren reageerde met ‘in ontvangst genomen’, de commissie patiëntenrechten kan/ mag geen oordeel uitspreken over individuele casussen, de euthanasiecommissie kan/wil alleen maar oordelen over aangiften volgens aan te vinken criteria en weigert veslaggeving(in tegenstelling tot de regionale toetsingscommissies in Nederland die uitgebreide verslagen en adviezen geven en die openbaar stellen). In maart deden we binnen een interdisciplinaire zorgafspraak aangifte van een overlijden van een patiënte met dementie die we hielpen sterven volgens bovengenoemde principes van de patiëntenrechten en met zorgvuldige palliatieve zorg in het woonzorgcentrum ( casus beschreven in Artsenkrant nr 2180 en becommentarieerd in de media). De euthanasiecommissie besliste dat: van zodra we het aangeven, het aan alle voorwaarden van de euthanasiewet moet voldoen. Maar ondanks de onvolledige informatie betreffende de procedurevereisten, wilden ze aan dit dossier geen verder juridisch gevolg geven. Palliatieve handelingen hoefden trouwens niet te worden aangegeven ( aug 2011). Sindsdien doen we geen aangifte meer, ik zelfs in het openbaar omdat het de enige weg blijkt… In afwachting vermelden we alles gedetailleerd in het globaal medisch dossier, het interdisciplinair zorgdossier en wordt het naamloos geregistreerd via de overlijdensaangifte (Spijtig genoeg zijn we nog veraf van een uniform e-dossier met e-death registratie waarbij alle gegevens meteen oproepbaar zijn, te verwerken en wetenschappelijk te onderzoeken zijn.)
Liefste meter en peter, geeft dit alles niet nog meer verwarring in de hoofden van patiënten en zorgverleners? De verwarring waar ik het de vorige jaren over had en waar RvhG zo mooi over zingt op zijn laatste CD (waarvan ik als gast de première mocht bijwonen in de Handelsbeurs, maar dit geheel terzijde).
Neen, juist niet! Als we duidelijk stellen dat stervensbegeleiding deel uitmaakt van een gezondheidszorg waar we als betrokken zorgverleners overleggen met patiënten en hun naasten wat hun doelstellingen zijn die ze nog willen bereiken met hun verschillende interfererende aandoeningen. Tot en met de keuze van sterven na stopzetten of niet meer opstarten van allerhande medische zorghandelingen. Stervensbegeleiding als een zorgrelatie tussen patiënten, hun naasten en zorgverleners, gebaseerd op interdisciplinaire richtlijnen en wetgevende (e-death) omkadering die registratie en toetsing faciliteert.Het logische gevolg is dat “opzettelijke levensbeëindiging op verzoek” daarin geen plaats en geen meerwaarde heeft. Het is juist die strafwettelijke definitie met zijn refereren naar patiënt en arts die verwarring veroorzaakt. Wie deze strafwettelijke definitie toch genegen blijft kan zich misschien aansluiten bij die 116.871 Nederlanders die ‘uit vrije wil’ op hun zeventigste gezond en wel uit het leven willen stappen met de hulp van euthanasieteams zoals dit in Nederland nu in de Tweede Kamer voorgesteld wordt. In België misschien een taak voor ‘vergoede’ Leifartsen ? Maar deze venijnige opmerking vetolkte ik al in de media…neem me niet kwalijk. Patiënten en hun naasten dienen zich veilig te weten en moeten er kunnen op vertrouwen dat zij geholpen worden bij het sterven op die manier die hun eigen is. Bovendien moeten ze vooral weten dat voor hen zal gezorgd worden op een emancipatieve solidaire wijze zolang zij dat willen en moeten zij van hun leven kunnen genieten zonder leeftijdsvervaldatum. Dat is al een mooie wens voor 2012, nietwaar meter en peter, maar wat ik vooral volgend jaar duidelijk wil (voor)stellen is het volgende: laten we een duidelijk onderscheid maken tussen 1) sterven met begeleiding in een zorgrelatie 2) levensbeëindiging uit vije wil 3)(zelf)moord .
ik hoop dat ik jullie nieuwsgierigheid heb kunnen prikkelen en wil daarom voorlopig eindigen om er met volle moed en jullie hulp en steun er te kunnen aan beginnen
niet alleen aan dat, natuurlijk want jullie wten maar al te goed dat mijn inzet voor het goede sterven symbool staat voor al de inzet voor een goed leven, voor jullie en de werled rondom ons van West naar Oost
je petekind, genegen
Gent 1 januari 2012